Per ongeluk doodgevroren

3
218

Ik liet hem per ongeluk doodvriezen.

‘NOOIT MET LEGE HANDEN’

Ik schrik wakker van zijn gepiep in mijn oren en schreeuw zijn naam door de Amsterdamse nacht. Maar Joey ligt als het goed is nog steeds in de schoenendoos in een Appie Hamsteren-tas bij de drieëntwintigste populier aan de Rooseveltlaan, gerekend vanaf station RAI-kant. Onder de grond.

Het is weer zover: ik heb mijn tweewekelijkse terugkerende droom over Joey, mijn witbruine mediumlangharige cavia die ik per ongeluk heb laten doodvriezen in de strenge winter van 2012-2013. Hij is behoorlijk oud geworden. Acht, of negen zelfs… Zeker weten hoe oud hij was, doe ik niet. Ik kreeg hem van mijn huisgenootjes uit Groningen die mij jarenlang hadden horen mijmeren over de cavia slash dit prachtschepsel der moeder natuur. Tig jaar later namen ze het ‘nooit met lege handen’ wel heel letterlijk en kwamen na een bezoek aan het cavia-asiel bij mij aan met het dikste exemplaar dat ik ooit zag.

Het leek een bescheiden hangbuikzwijn, het bleek een cavia met een rugzak. Door zijn vorige baas was hij in een doos ergens op straat achtergelaten en pas na drie weken, 36 kerstomaatjes, 12 broccolistronken en 27 wortelbolletjes won ik zijn vertrouwen.

En wat hebben we veel meegemaakt samen. Ik versierde hem ooit met oranje slingers, konijnenoren en een vlag en won een oranje iPod in een WK-fotowedstrijd, hij was altijd een luisterend hetzij misvormd oortje voor mijn nachtelijke verhalen, ik wreef elke avond zijn eczeem in met speciale zalf en ik zie hem nog zitten op mijn schoot in het verhuisbusje van Den Haag naar Amsterdam: hij keek zijn kraalogen uit en zeek alles onder van plezier.

Omdat Joey en vooral zijn voer een hele muizenfamilie aantrok, besloot ik hem op mijn balkon neer te zetten om de lieve huisgenotenvrede te bewaren. Ik kocht een houten paleis op Konijnenhokken.nl en kreeg een complex bouwpakket toegestuurd. Na een middag knutselen stond-ie, al had ik nog wel wat spijkers over en de ochtend erna begreep ik waarom. Het hele hok was in elkaar gestort en van Joey ontbrak elk spoor, afgezien van een serie zwarte minuscule ovaaltjes, waarvan ik me altijd heb afgevraagd hoe cavia’s het elke keer weer presteren exact dezelfde uitwerpselen in achtvoud te produceren.

Terwijl ik mijn tranen plengde over de balkonreling en in de tuin van de onderburen tuurde naar een harig roodwitbruin lijkje, hoorde ik het, op het wijn-ontkurkgeluidje na, mooiste geluid ter wereld. Zijn gepiep, gedempt vanonder een plastic zak. Hij leefde nog. Maar niet meer voor lang.

Ik dacht dat ik er alles aan had gedaan om hem warm te houden: een bijna afgesloten hok, een theemuts waar hij graag inkroop en een egelknuffel als vriendin waar hij graag opdook. Toch lag hij op een ochtend stijf in zijn hok. Omdat de grond nog bevroren was, kon ik hem niet eens begraven, dus wikkelde ik hem in aluminiumfolie en legde hem in een Nike schoenendoos, met een zeer persoonlijke afscheidsbrief, acht kerstomaatjes en een biologische broccoli voor zijn laatste reis.

Toen de dooi eindelijk inzette, trok ik een zwart pak aan en bewapend met een schepje, begaf ik mij ‘s nachts naar de dikste boom in mijn straat, dat vond ik wel een toepasselijk plekje voor mijn wijlen pluizenbol XL. Ik heb drie uur op mijn knieën door wortels en kilo’s zand zitten graven en woelen, continu achterom kijkend of er geen politie aankwam, want huisdieren begraven in Amsterdam, dat mag eigenlijk niet.

Mensen vragen weleens of ik nog een nieuwe wil, maar daar ben ik stellig in. Als je eenmaal Jamon Iberico hebt gegeten, wil je ook geen schouderham meer (behalve op je tosti misschien). Elke week fiets ik nog wel een keer langs zijn grafje, zo’n twee keer per maand droom ik over hem en met enige regelmatig krijg ik foto’s van vrienden via Whatsapp of Facebook als ze in Peru zijn, vlak voor ze hun glimmende tanden in de lokale delicaviatesse zetten. Nee, al zou ik het willen, vergeten doe ik Joey nooit.

Auteur: Iris Hermans

Bron: Metronieuws