De Cavia Monologen (4)

292

Had ik maar een hond.

Achttien cavia’s later dringt dat besef langzaam tot me door. Het is niet zo dat ik denk dat honden per se leukere huisdieren zijn dan cavia’s. Nee, ik gok dat ze even leuk zijn. Zowel honden als cavia’s zijn spraakzaam, harig en ze houden van kroelen. En met een hond loop je dan weliswaar in de winter om half 12 ’s avonds in het pikkedonker nog over straat, quasi nonchalant om je heen blikkend om te voorkomen dat je iPhone uit je stijf bevroren tengels wordt gegrist, een cavia kan je dan weer met een stalen smoelwerk aankijken terwijl hij uitgebreid over je schoot heen plast.

De reden dat ik liever een hond had gehad is Peru. Nu ben ik er zelf nooit geweest, maar zodra mensen erachter komen dat ik cavia’s heb willen ze me maar wat graag over hun vakantie naar Peru vertellen. Of over de documentaire die ze erover hebben gezien. Nu zal het best een mooi land zijn, maar gek genoeg is de Peru-ganger helemaal niet van plan het met me te hebben over de Andes, Inca-ruïnes en de panfluitversie van El Cóndor Pasa. Na een korte inleiding in de trant van: “Je hebt cávia’s? Ik ben ook gek op cavia’s…” volgt steevast de uitsmijter: “In Peru heb ik namelijk cavia gegeten! Erg lekker, boehaha!”

Na de zevende keer zal ik de grap wel niet meer gaan snappen ook.

Misschien kennen hondenbezitters zo hun eigen versie van Peru-gangers, dat weet ik niet. Voor hetzelfde geld volgt in het gesprek met een hondenbezitter na eenzelfde korte inleiding triomfantelijk: “Wist je dat ze in China een festival hebben waar ze honden massaal wokken? Hahaha!”

Maar ik betwijfel het. Waar honden hier wel breed zijn geaccepteerd als een huisdier met een eigen persoonlijkheid, waar je om geeft en van kan houden als van een familielid, is het voor cavia’s nog altijd sappelen in de marge. Maar goed, veel dieren is natuurlijk een nog erger lot beschoren.

En die Peru-grappen, ongetwijfeld is dat deels bravoure. Maar meer dan dat is het onwetendheid en daardoor onverschilligheid. Iemand die dierenliefde zelf niet snapt, moet het blijkbaar belachelijk maken. En als je enige ervaring met cavia’s die schuchtere beestjes op de kinderboerderij zijn, die elke dag moeten wegvluchten voor plakkerige kinderhandjes die ze tot pulp willen knijpen, dan maakt dat cavia’s misschien wel ‘fair game’. Toch jammer dat in dat geval het anders zo toepasselijke gezegde niet opgaat: wat de boer niet kent, dat vreet ie niet.

Máár… de volgende globetrotter die met Peru komt aanzetten, raad ik op mijn beurt een tripje naar de koppensnellers op Papoea-Nieuw-Guinea aan. Kan ik ook eens lachen.

Auteur: Renske van de Merbel

Bron: Dagblad 070