De Cavia Monologen (2)

259

Daar zat ik dan. Ik had geen kat, maar een cavia in de zak gekocht.

Terwijl we terugreden richting Den Haag, spiekte ik nog eens in het reismandje op mijn schoot. Faro von Lichtenstein Wurttemberg had toch echt een pezig lijfje en een smoezelige vacht. Misschien had ik hem niet moeten omdopen tot ‘Fabio’ voordat ik hem in het echt had gezien? Blijkbaar kon je tegenwoordig zelfs bij cavia’s niet meer uitgaan van hun foto op internet.

Mijn Fabio leek in elk geval in weinig meer op die andere Fabio: dat model dat in de jaren tachtig met zijn lange blonde manen en gewaxte torso de covers van honderden romannetjes sierde. Bij mijn Fabio staken weliswaar een paar lange blonde plukken omhoog, maar die vormden toch vooral een trieste herinnering aan zijn hoogtijdagen. Ooit had hij gouden bokaal na bokaal in de wacht gesleept op caviashows (ze bestaan). Eerst in Duitsland. Daarna emigreerde hij naar Nederland, waar zijn weelderige lokken een fokker faam en fortuin moesten gaan bezorgen.

Het liep allemaal even anders.

Fabio weigerde namelijk nakomelingen op de wereld te poten. De een na de andere bevallige caviadame met stamboom werd door de fokker aan Fabio voorgesteld. Misschien miste hij de Gretl’s en Katharina’s. Misschien kwam het doordat hij na aankomst op Hollandse bodem kortstondig ziek was geweest. Hoe dan ook, nageslacht bleef uit.

Tot wanhoop gedreven, plaatste de fokker hem zelfs bij een hele harem. De afloop laat zich raden: Fabio werd als impotent maar mét flatteuze foto te koop aangeboden op internet. En laat ik nu altijd al een zwak gehad hebben voor afdankertjes en underdogjes…

Het Haagse deed Fabio goed. Hij lag hele dagen in zijn hangmat aan ‘Gurken’ te knagen. Hij kreeg een buikje. En als hij mocht rondrennen in de woonkamer, groef hij als rechtschapen Duitser snel een kuil in een fleecedeken en zag je hem de rest van de avond niet meer terug. Hij was, kortom, best gelukkig. Maar lange blonde manen kreeg hij nooit meer.

Fabio was al bejaard voor caviabegrippen toen ik hem bij een nieuw caviavrouwtje zette, dat we net hadden opgevangen. Piepjong en onzeker was ze, en niet bij hem weg te slaan. Ook Fabio zag wel iets in zo’n fris groen blaadje; hij liet haar zelfs toe in zijn fleecekuil.

In de donkere dagen voor kerst overleed hij, na een impotent maar niettemin vrij geslaagd leven. Het, inmiddels, tienervrouwtje liet zich door zijn dood niet uit het veld slaan. Sterker nog, ze ontpopte zich tot een heuse blob op pootjes. Wel raar dat haar vetrollen soms uit zichzelf bewogen. Ook gek dat je zacht tandenknarsen kon horen als je je oor tegen haar buik aanlegde.

Fabio was al weken dood toen er ineens vier kleine blonde bolletjes rondliepen in haar verblijf. Een afscheidscadeautje of een dikke diss? Ik ben er nog niet helemaal uit.

Auteur: Renske van de Merbel

Bron: Dagblad 070