Fokken

  • Bekeken Bekeken: 659
  • Laatste update Laatste update:
  • Het kleinschalige fokken van Cavia's is een leuke hobby. Er komen echter veel dingen bij kijken. Hieronder worden de meest belangrijke punten beschreven.

    De huisvesting voor de fokkerij
    Een ideale plaats voor het fokken van cavia's is een ruime schuur of garage. Belangrijk is dat er ramen aanwezig zijn die open gezet kunnen worden. Voldoende daglicht en ventilatie is namelijk noodzakelijk. Het kan snel te vochtig en te warm worden in een schuur. Cavia's kunnen hier slecht tegen. Het beste kunnen ventilatiegaten net onder de dakrand gemaakt worden. Dit is om de warme, vochtige lucht te laten ontsnappen. Maak voor toestroom van koude lucht van buiten gaten laag bij de grond (kuithoogte), bijvoorbeeld onder in de deur. De gaten kunnen afgedekt worden met roostertjes. Soms kan het nodig zijn een ventilator in te bouwen die aangesloten is op een vochtmeter. Deze schakelt vanzelf aan als het te vochtig wordt.
    Er zijn ook fokkers die hun cavia's buiten houden in houten hokken. Cavia's kunnen koude erg goed verdragen (vocht en warmte (hitte) juist niet). In de winter kan het dan nodig zijn de dieren tegen gure wind te beschermen door een gedeelte (let op ventilatie) van de tralies af te schermen met plexiglas. Ook kan een jute zak voor het hok worden gehangen.

    flat.jpg


    De hokken kunnen het beste worden gemaakt van hout. De meeste fokkers hebben stapelhokken (etagehokken). Deze hokken hebben vaak openslaande deuren (houten frame met gaas). Aangezien ik de openslaande deuren lastig vind, heb ik een ander systeem bedacht. Rails waarin tralies heen en weer schuift. Als tralies gebruik ik nertsengaas van 2 x 2cm. Dit is stevig, maar net buigzaam genoeg om in de rails te zetten.
    Handig is als je je hokken op zo'n manier bouwt zodat je met uitneembare scheidingswanden de grootte van de hokken kunt variëren. Ik kan de grootte van mijn hokken variëren van 50 x 65cm tot maximaal 3m x 65cm. Mijn hokken zijn dus 65cm diep en op elke 50cm kan ik er een scheidingswand in zetten.
    Één cavia alleen heeft 28 vierkante decimeter vloeroppervlak nodig. Als er meerdere cavia's in een hok zitten dan heeft iedere cavia ongeveer 20 vierkante decimeter vloeroppervlak nodig.
    Noodzakelijk is om plankjes te plaatsen aan de binnenkant van het deurtje van het hok. Deze plankjes voorkomen dat cavia's uit het hok vallen bij het openen van het hok. Bovendien zorgt het ervoor dat de bodembedekking in het hok blijft liggen. De plankjes moeten ongeveer 7-15 cm hoog zijn.

    De fokleeftijd
    Zeugjes kunnen het beste vanaf een leeftijd van ongeveer vijf maanden bij de beer worden gezet. Ze moet in ieder geval meer dan 600 gram wegen. Belangrijk is dat het zeugje haar eerste nestje krijgt voordat ze een jaar oud is. Als je langer zou wachten worden ze vaak minder makkelijk zwanger. Bovendien is de kans op complicaties dan groter. De souplesse van de bekkenbeenderen van de zeug wordt namelijk steeds minder naarmate de zeug ouder wordt. Op een gegeven moment kunnen de bekkenbeenderen zelfs met elkaar vergroeien. Als de zeug dan zwanger zou worden dan zou ze haar jongen niet ter wereld kunnen brengen. Grote kans dat zowel de jongen als de moeder sterven (evt. kan een keizersnee nog een oplossing bieden maar de kans is erg klein).
    Als een zeugje eenmaal een nestje heeft gehad dan blijven de bekkenbeenderen soepel en kan ze tot ze ongeveer drie jaar oud is jongen krijgen. Een oude zeug krijgt meestal minder jongen per worp dan een jonge zeug.
    Met beertjes kan vanaf een leeftijd van vier maanden worden gefokt. Het is beter als ze iets ouder zijn (zes à zeven maanden) want dan staan ze beter 'hun mannetje' tegenover dominante zeugen. Zet nooit meerdere geslachtsrijpe beren bij een of meerdere zeugen. Ik heb meestal één beer bij twee à drie zeugen.

    Bepalen of een zeug drachtig is
    Soms kan je een dekking waarnemen maar in de meeste gevallen gebeurt dit als je er niet bij bent. Als het zeugje bronstig wordt kan je wel merken doordat de beer dan meer opgewonden is als anders. Hij loopt door het hok te brommen en jaagt de zeugjes op. Wanneer er een 'dekpropje' in het hok wordt gevonden, betekend het dat er een paring heeft plaats gevonden (zie Voortplanting).

    Wanneer je een dekking ziet of als je merkt dat er opwinding in het hok is dan kan je de datum van die dag opschrijven. Reken dan tien weken min twee dagen voor de geboortedatum. In de meeste gevallen klopt dit aardig, maar soms kan het ook langer of korter duren.
    Wanneer je geen dekking hebt waargenomen dan kan je vanaf een week of vier zien dat de zeug zwanger is. Ze wordt dan namelijk zichtbaar dikker. Ook voel je bij het oppakken dat haar buikje veel harder (gespannener) is dan anders. Wanneer de zeug echt duidelijk dik wordt, kan je iedere week je hand onder haar buikje leggen en voelen of de jongen bewegen. Voel je ze duidelijk bewegen dan is de zeug circa zeven weken zwanger. Het duurt dan dus nog drie weken.
    Pak een hoogzwangere zeug zo min mogelijk op en als je haar oppakt ondersteun haar achterhand dan goed (haar kontje en eventueel haar voetjes in de palm van je hand).
    Een zeugje dat zwanger is heeft veel Voeding nodig. Geef veel groenvoer en hooi. Krachtvoer moet ook voldoende aanwezig zijn. Geef echter niet te eiwitrijk voer zoals geplette haver of maïs. Er is dan kans dat de jongen te groot worden waardoor er complicaties op kunnen treden bij de geboorte. Zwangere zeugen hebben twee keer zo veel Vitamine C nodig als anders (20 mg per dag).

    Zet de zeug ongeveer 2 weken voordat je haar hebt uitgerekend apart (of haal de beer weg). Als ze zou bevallen dan dekt de beer haar namelijk weer meteen. Heeft ze een groot nest dan is het te zwaar om zowel zwanger te zijn als haar jongen op te voeden. Voor een zeug die slechts 1 à 2 jongen heeft kan het geen kwaad. Soms is het zelfs beter anders is er een kans dat ze te vet wordt en later weer moeilijk zwanger wordt. Nog een reden voor het apart zetten van de beer is de kans dat de beer zijn dochters dekt. Zeugjes kunnen namelijk al met vier weken geslachtsrijp zijn.
    Ongeveer een week voor de geboorte krijgt de zeug ontsluiting. De bekkenbeenderen wijken dan uit elkaar. Je kunt dit voorzichtig voelen met je vinger onder aan de buik, vlak boven de vagina. Je voelt duidelijk of de bekkenbeenderen strak gesloten zijn of dat er ontsluiting is (enige ervaring moet je opbouwen). Wanneer er een ruime ontsluiting is (ongeveer breedte topje van je vinger (ca 1,5 - 2 cm)) zal de geboorte binnen enkele uren tot 2 dagen plaatsvinden.
    Ook een duidelijk ligkuiltje in het strooisel van het hok duidt erop dat de geboorte binnen een paar dagen zal plaats vinden. Doordat de hoogzwangere zeug steeds op één plek ligt en vlak voor de bevalling iets onrustig wordt draait ze regelmatig rondjes. Hierdoor ontstaan het kuiltje.
    Wanneer een zeugje bevalt en er zitten andere zwangere zeugjes bij dan kunnen de andere zeugjes mee helpen met het schoonlikken van de jongen. Soms komt het dan voor dat deze andere zeugjes vroegtijdig hun jongen krijgen. Het likken wekt namelijk weeën op. Meestal verliest het zeugje dan haar jongen en in het ergste geval gaat het zeugje ook dood. Ik zet om deze reden voor de zekerheid mijn zeugjes altijd apart (alleen) vlak voor de geboorte.


    De geboorte
    Soms heb je het geluk dat je bij de geboorte bent. Het gaat razendsnel, voor dat je het weet zijn ze allemaal geboren. In de meeste gevallen gaat het goed maar soms zijn er complicaties. Hiervoor verwijs ik naar het hoofdstuk Ziekten.
    De jongen worden meestal tussen de voorpoten door geboren. Het vlies wordt meteen doorgebeten en door de moeder opgegeten. Soms blijft juist een stukje vlies op het kopje zitten. Als je dit ziet verwijder het dan anders kan het jong stikken. Nadat alle jongen geboren zijn komen de placenta's. De zeug eet deze op, er zitten waardevolle voedingsstoffen in en het stimuleert de melkproductie.
    Een paar uur na de geboorte kunnen de jongen al opgepakt worden om ze te controleren of om te kijken welk geslacht het is. Het hok kan 1 of 2 dagen later verschoont worden, als het meteen gedaan wordt, kan de relatie tussen moeder een kinderen verstoord worden.
    Soms komt het voor dat er een dood jong wordt geboren. De moeder kan dit gaan aanvreten omdat het geen reactie geeft. Haal de dode jongen na de bevalling weg. Soms kan je helpen om een 'dood' jong weer levend te krijgen. Als een jong wordt geboren en het beweegt niet, haal het dan uit het hok, wrijf het op met een zachte handdoek en/of leg het in de handdoek en slinger deze rond. Leg het jong op een warme kruik en beweeg de achterbeentjes heen en weer. Hierdoor komt de ademhaling op gang. Op deze manier kan soms een jong nog gered worden.
    Ook kan het gebeuren dat alle jongen dood worden geboren. Dit is meestal een gevolg van een moeilijke bevalling. Vaak was dan eerste jong erg groot en dat heeft de bevalling opgehouden. Meestal is de zeug nog in goede conditie. In dit geval is ze een ideale pleegmoeder. Zet twee jongen uit een ander nest bij haar. Ze zal ze waarschijnlijk meteen accepteren. Zijn er geen jongen voor handen dan kan je haar als ze in goede gezondheid is het beste terugzetten in het fokhok. Dit voorkomt dat ze onrustig wordt en opzoek gaat naar haar jongen. Soms kunnen zeugjes die hun jongen hebben verloren en alleen zitten, gaan zitten kniezen. Als het zeugje echter in matige conditie is, dan kan je haar het beste rust geven (eventueel met een ander zeugje erbij).

    Meestal worden nesten geboren met vier jongen. Dit is een prettig aantal. Gezonde zeugjes kunnen dit aantal makkelijk grootbrengen. Nesten van vijf of zes kunnen door zeugen die al eerder jongen hebben gehad ook succesvol worden opgevoed als de zeugen in goede conditie zijn. Als het echter het eerste nest is van het zeugje, of als het zeugje een erge zware dracht heeft gehad (veel geïnvesteerd in haar jongen) dan kan een groot nest te zwaar worden voor de zeug.

    Jongen overleggen bij een pleegmoeder
    In zo'n geval kan het nodig zijn een aantal jongen over te leggen bij een andere zeug met één à twee jongen. Zeugen met dit aantal jongen zijn perfecte pleegmoeders.
    Houdt dan maximaal 4 jongen bij de zeug met het te grote nest en leg de rest over. Het leeftijdsverschil tussen de jongen van de pleegmoeder en de pleegjongen moet zo klein mogelijk zijn. Het beste is als de jongen van de pleegmoeder jonger zijn dan de pleegkinderen. De pleegmoeder zal de jongen dan eerder accepteren. De meest ideale situatie als de pleegmoeder net haar jongen heeft gekregen en ze zijn nog nat, ze accepteert ze dan meestal zonder problemen. Haal haar eigen jongen even weg. Wrijf de jongen van de pleegmoeder of wat strooisel uit het hok van de pleegmoeder over de pleegjongen. Ze nemen dan de geur van de pleegmoeder aan. Zet dan de pleegjongen bij de nieuwe moeder. Vaak gaat het goed, sommige zeugjes nemen graag jongen van anderen over. Soms kan het niet goed gaan en jaagt de moeder de pleegjongen weg. Haal ze in dat geval meteen weg. De zeug zou de jongen pijn kunnen doen. Als de pleegmoeder de nieuwe jongen gaat likken en ze laat drinken dan is het meestal goed. Zet de eigen jongen er dan ook weer bij. Houdt het toch nog even in de gaten.

    Bijvoeren van (wees)jongen
    Is er geen pleegmoeder voor handen dan kunnen de jongen, als je merkt dat ze te weinig voeding krijgen, bijgevoerd worden. Als ze klein blijven krijgen ze onvoldoende voeding binnen. Zodra je merkt dat hun heupjes beginnen in te vallen en plooien gaan vertonen dan moet direct (melk/Brinta) bijgevoerd worden. Laat de jongen gewoon bij de moeder. Als de moeder gewoon genoeg melk heeft en de jongen groeien goed, dan mag niet bijgevoerd worden! Eigen melk is veel beter dan bijvoeding.
    De jongen kunnen met volle melk of oplosmelk (niet koud)) uit een pipet worden gevoerd (ca.10-20 ml melk per dag per jong). Meestal hebben de jongen het snel in de gaten en komen al naar voren als je het hok open doet. Jongen tot 5 dagen oud om de twee - drie uur voeren ('s nachts hoeft niet). Daarna tot 1,5 week oud om de 4 uur. De jongen krijgen dan 1 -2ml (tot 5 dagen) en ca.3 ml (na 5 dagen) per voederbeurt. Geef de jongen niet meer (of vaker) dan deze hoeveelheden melk want ze moeten ook zelf krachtvoer en hooi gaan (leren) eten. Bovendien kan te veel koemelk schadelijk zijn.
    Als ze ongeveer 5 dagen tot 1 week oud zijn kan overgeschakeld worden op Brinta. In begin slappe Brinta die met het spuitje of pipetje kan worden gevoerd. Als ze dat net zo gretig eten als de melk dan kan de Brinta in een bakje worden gezet en kunnen ze leren uit het bakje te eten door ze eerst met een lepeltje te voeren. Je kan 2 - 3 keer per dag brinta in het hok zetten, ze zullen zelf naar behoefte eten. De jongen hebben ook vitamine C nodig (3 mg vit C per jong per dag). Dit kan de eerste week in de Brinta worden opgelost. Zorg bovendien dat er altijd krachtvoer aanwezig is, ze moeten met 2 weken naast de Brinta ook krachtvoer eten. Als blijkt dat ze nauwelijks krachtvoer eten dan moet de Brinta gematigd worden. De voedingsstoffen die niet in de Brinta voorkomen moeten ze namelijk binnen krijgen via het krachtvoer. Geef daarom compleet voer voor cavia's. De Brinta hoeft niet langer worden gevoerd dan tot 3-4 weken oud, afhankelijk van de grootte van de jongen. Hele kleine jongen kunnen wat langer bijgevoerd worden maar echt niet langer dan 4-5 weken omdat ze moeten leren om het gewone voer te eten.

    Wanneer de moeder is overleden en er is geen pleegmoeder voorhanden dan kunnen de jongen de eerste dagen in een apart hokje met een kruik worden gehouden. Als ze ongeveer een week oud zijn kunnen ze bij een volwassen cavia gezet worden. Ze nemen dan de gewoonten van de oudere cavia over.
    Houdt de jongen goed in de gaten.
    Houdt dit in het algemeen goed in de gaten. Als jongen niet goed groeien en ze krijgen ingevallen heupjes (en bolle ruggetjes) dan moet meteen ingegrepen worden. Controleer de tepels van de zeug. Geeft ze wel melk? Zijn de tepels ontstoken (opgezwollen en rood)? Als de zeug geen melk geeft kan er weinig aan worden gedaan. Geef de zeug veel rust en wellicht komt de melkproductie weer op gang.

    Kapot gezogen tepels van de zeug
    Kapot gezogen tepels ontstaan doordat de jongen te weinig voeding binnen krijgen en daardoor harder gaan zuigen of verkeerd aan de tepels zuigen. Bij grote nesten komt dit regelmatig voor. Je kan het opmerken doordat het zeugje piept tijdens het voeden. Deze kwaal is zeer goed te behandelen met Kamillosan (homeopathische zalf). Een à twee keer per dag de tepels insmeren met deze zalf. Het kan geen kwaad voor de jongen. Na enkele dagen is het meestal over.
    Geef zeugen met grote nesten extra krachtvoer in de vorm van geplette haver. Een handje per 2 dagen moet voldoende zijn. Teveel is namelijk ook niet goed (zie voeding). In de zomer kan veel gras gevoerd worden.

    Het spenen
    Met vier weken moeten de beertjes uit het nest gehaald worden. De zeugjes kunnen ook met deze leeftijd weg bij de moeder. Meestal heeft de moeder na vijf weken genoeg van de jongen en kan ze ze hardhandig wegjagen. Soms is het nodig de beren al met vier weken weg te halen. Ze kunnen erg veel onrust veroorzaken: hun zusjes opjagen en met hun broertjes vechten. Sommige beertjes zijn erg vroeg geslachtsrijp en zouden hun zusjes kunnen dekken.
    De beertjes kunnen samen met andere beertjes in een hok worden gezet. In het begin is er vaak veel opwinding maar meestal is dit onschuldig en is het na een paar uur rustig. Zeugjes kunnen ook samen in een hok gezet worden en als ze elkaar kennen dan gaat dit gewoon goed. Als je zeugjes bij elkaar zet die elkaar niet kennen dan moet de rangorde worden bepaald en kunnen ze fel gaan vechten. Hierbij is de kans dat ze elkaars Oren beschadigen groot. Als de rangorde is bepaald, dan is het daarna meestal rustig. Soms duurt het echter lang en blijft er één voortdurend onrust stoken. Het kan dan nodig zijn deze uit de groep te halen.

    Rustpauze zeug
    Is de zeug, nadat haar jongen bij haar vandaan zijn (dus 5 weken na de bevalling) in goede conditie dan is een weekje rust voordat ze weer bij de beer mag meestal voldoende. Heeft de zeug een groot nest opgevoed en heeft ze het vrij zwaar gehad dan heeft ze langer rust nodig. Je kan dit zien aan haar conditie. Sommige zeugen hebben erg veel geïnvesteerd in hun jongen. Ze zijn dan erg mager en kunnen zelfs iets ingevallen heupjes hebben. Als je ziet dat de zeug het moeilijk heeft gedurende de zoogtijd van de jongen voer haar dan extra bij met geplette haver (zie voeding). Een zeug die het zwaar heeft gehad heeft zolang rust nodig totdat ze weer in goede conditie is (let op, laat haar niet vervetten).
    Laat een zeugje niet meer dan drie keer per jaar een nestje krijgen. Wanneer je een zeugje één week rust geeft nadat ze een nest heeft grootgebracht dan heeft ze dus ongeveer eens per 4 maanden een nest (1 à 2 weken voor zeugje zwanger is + 10 weken draagtijd + 5 weken jongen opvoeden + 1 week rust = 18 weken = 4 maanden = 3 keer per jaar).

    Als je rascavia's voor de show fokt, dan probeer je zoveel mogelijk naar de standaard toe te fokken. Om een ras te verbeteren moet je een gerichte fokmethode gebruiken.
    Hieronder worden wat tips gegeven over waar je op moet letten en hoe je de beste resultaten kunt verwachten.

    De samenstelling van de fokkoppels
    Je probeert natuurlijk de beste dieren bij elkaar te zetten. De beer is het belangrijkst, deze moet de standaard zo veel mogelijk benaderen. Aan een beer worden hogere eisen gesteld omdat je meestal één beer hebt bij meerdere zeugen. Let op fraai type en bouw, de kop moet breed en kort zijn, de oren groot en de Ogen bol en rond. Wanneer de beer een korte kop heeft dan mogen de zeugen een iets lange kop hebben. Zet nooit twee dieren met zeer korte koppen bij elkaar anders heb je kans op snuivers (jongen met ademhalingsproblemen). Bovendien worden de oren dan kleiner. Beide ouderdieren moeten een korte pels hebben. Zeugen mogen niet te klein van bouw zijn. De dieren moeten gezond zijn en goed eten.
    Wanneer je met minder goede dieren begint, paar dan nooit dieren aan elkaar die dezelfde fout hebben. Zet bijvoorbeeld een zeug met een lange pels bij een beer met een korte pels. Zo ook met dekkleur. Een iets lichte beer paren aan donkere zeugen of andersom.
    Als je gladharige dieren fokt, mogen de dieren geen kruinen in de Vacht hebben. Een andere fout die bij elk ras voor kan komen is een "vouwoor". Bij een vouwoor is het voorste randje naar beneden gekruld en heeft de vorm van een hoesje (zoals wij mensen hebben). Dit is een erfelijke fout en het is beter om niet te fokken met dieren die deze fout hebben.

    Het selecteren van de jongen
    Wanneer een nestje is geboren bekijk de jongen dan meteen. Maak nu al de eerste selectie (in gedachte). Je kan op kopje, type en fouten selecteren. Selecteer op brede kaken, rond en kort neusbeen, bolle ogen en grote oren. Door de dieren op te pakken voel je welke stevig aanvoelen en welke wat "slap" in lichaam zijn. De stevigste worden de beste dieren. Selecteer ook op fouten. Kijk of er vlekken of kruinen in de vacht voorkomen. Let ook op eventuele vouworen.
    Als de jongen opgroeien houdt je ze goed in de gaten. Hoe ontwikkelen ze zich? Eten en groeien ze goed? Maak met 5 à 6 weken de tweede selectie. Kijk naar type en bouw. Houd alleen de dieren aan die goed groeien. Let op de oren. De oren moeten snel gaan hangen. Het kopje moet rond en breed zijn. De ogen bol en rond. De pels moet goed van kleur zijn en kort van beharing. De achterhand moet mooi rond zijn en de rug kort.

    Het opgroeien van showdieren
    De jongen kunnen met vijf weken van de moeder weg. De zeugen kunnen wat langer bij de moeder blijven. De beren kunnen bij andere beren worden gezet. Als ze ongeveer drie maanden zijn dan is het beste om niet meer dan twee beren bij elkaar
    te houden. Ze zijn dan het rustigst. De zeugen kunnen ook bij elkaar gehouden worden. Sommige fokkers kiezen ervoor hun showdieren in aparte hokken te zetten. Als cavia's namelijk bij elkaar gehouden worden is de kans groot dat ze elkaars oren beschadigen. Dit levert minpunten op op de show. Op het predikaat kan dit schelen tussen een ZG of een F. Ik laat mijn dieren het liefst bij elkaar. Als ze goed met elkaar kunnen opschieten en het is rustig dan laat ik ze bij elkaar. Belangrijk is dat ze in ruime hokken zitten en er voldoende voer aanwezig is. Soms is het echter wel eens nodig om ze apart te zetten.
Top